In ‘Het lied van Agilouz’ zoekt Mohammed Benzakour zijn troost bij de vogels
Als de winter op zijn einde loopt, wandelt Mohammed Benzakour een Rotterdams stadspark in. “Een miezerige bui klaterde op de straatstenen.” Hij moet even bijkomen nu hij te horen heeft gekregen dat zijn moeder ongeneeslijk ziek is. “Er is geen Allah, dacht ik, er is geen Allah, moeder. (…) En tegelijk smeek ik hem u rust te geven en verlossing te schenken.”
