De lessen uit de Tweede Wereldoorlog zijn toe aan herijking en herziening
De lessen uit de Tweede Wereldoorlog zijn toe aan herijking en herziening
Socioloog, publicist, programmamaker
De kaarten van geschiedenis worden deze dagen live voor ons ogen opnieuw geschud. Wereldnieuws domineert opnieuw onze huiskamers, of het nu om oorlog in Iran gaat, in Oekraïne, om de verbale botsing tussen Duitse kanselier met Trump of om de wereldwijde energiecrisis en een mogelijke economische recessie in het kielzog daarvan.
Er zijn veel voortekenen dat we midden in tijden van wereldwijde grote veranderingen zitten. Hoe moet Europa deze turbulente tijd tegemoet treden, en hoe moeten wij ons als Europese burgers verhouden tot deze wereldwijde wervelstorm? Hoe te ankeren? Wat biedt ons een kompas midden in deze storm?
Ik ben terug gaan kijken en terug gaan lezen, zoekend naar een mogelijk begin aan nuttige antwoorden, of beter gezegd: vooral op zoek naar de noodzakelijke vragen. De Tweede Wereldoorlog werd mijn vertrekpunt.
Met naderende 4 mei-herdenking en de controverse die rondom 4 mei is ontstaan de laatste jaren, mede door genocidale oorlog van Israël tegen Palestijnen in Gaza, zijn we vooral geneigd om het gesprek te voeren over hoe we de slachtoffers van WO II behoren te herdenken: wie te herdenken en welke zaken op die dag wel en welke zaken vooral niet besproken behoren te worden. Relevante vragen die om noodzakelijke dialoog vragen, vooral nu de overlevenden van WO II nauwelijks nog onder ons zijn. Om het herdenken duurzaam te maken moeten we meer dan ooit het gesprek hierover voeren.
Maar nog urgenter is deze dagen een gesprek over hoe Europa na die vernietigende wervelstorm van WO II uit zijn as is herrezen. Wat kunnen we daar in deze tijd van leren? Daarnaast doemt de vraag op welke erfenis uit die naoorlogse Europese habitus wij achter ons moeten laten.
Zorgvuldig en voorzichtig en met veel politiek handwerk en stapsgewijze ontwikkeling is na de oorlog een Europese zienswijze en een Europees handelingskader ontstaan, met dank aan Europese denkers, politieke leiders en toptechnocraten. Het is een geslaagd traject gebleken. Maar het is ook een politiek-bestuurlijke cultuur geworden, en die cultuur is – meen ik – in sommige opzichten voorbij haar houdbaarheidsdatum. Die cultuur keert zich tegen de oorspronkelijke bedoeling, namelijk Europa krachtiger en rechtvaardiger maken en moreel verheffen.
Een organisatiecultuur dus die niet in alle opzichten bij de tijd is en die in vele opzichten tot een tunnelvisie leidt. Dat is een blok aan ons been, en dat in tijden dat van Europa souplesse en vindingrijkheid wordt geëist. Europa en het Europese denken zijn, kortom, toe aan herijking en herziening.
Angst is niet altijd een slechte raadgever. Volgens Tony Judt (1948-2010) - een van meest briljante historici die zich over de naoorlogse geschiedenis van Europa heeft gebogen - was het juist de angst voor een mogelijke herhaling van de vernietigende oorlog die Europese denkers, politici en technocraten ertoe aanzette om Europa opnieuw uit te vinden (zie zijn magnum opus “Postwar”). Dit gebeurde met een ongekend succes. Het naoorlogse Europa, om te beginnen in West-Europa, werd een baken van sociaal-politieke stabiliteit en economische welvaart.
Het naoorlogse Europese wonder: de ongekende bloei en groei van de Europese economie, een sterke en onafhankelijke rechtstaat, het........
