Zo verdween bij de kiezers het vertrouwen in de politiek
Zo verdween bij de kiezers het vertrouwen in de politiek
Visiting professor Duke University, North Carolina
Waarom heeft de burger steeds minder vertrouwen in de politiek? Volgens het laatst gehouden onderzoek is het vertrouwen in de politiek historisch laag.
Historisch laag geeft aan dat er sprake is van een trend. Maar welke trend? Die van de zwevende kiezers? De steeds groeiende afkeer? Zonder een inkijk in de politieke geschiedenis is het lastig duiden. Kiezersonderzoeken zijn, net als verkiezingen, momentopnamen die niets zeggen over de 'historie'. En dat is een probleem want, wat is de achterliggende reden van het gebrek aan vertrouwen in de politiek?
Het is niet alleen stemgedragStudies door Stein Rokkan en Seymour Martin Lipset ( 1967), Arend Lijphard ( 1968), Otto Kirshheimer (1966) et al., hebben aangetoond dat er een oorzakelijk verband is tussen de ontwikkelingen van politieke partijen en burgerschap. Deze ontwikkelingen correleren met bepaalde historische gebeurtenissen zoals de Franse Revolutie, de Industriële Revolutie, de opkomst van het Marxisme, de Russische Revolutie, en de invoering van het algemeen kiesrecht aan het begin van de 20e eeuw.
1. Eind 17e, begin 18e eeuw; de politieke organisatie in West- Europa, de VS, en in delen van Zuid- Amerika (Uruguay, Argentinië, Suriname) begon met wat de politieke sociologie omschrijft als de kaderpartijen. Ik spreek liever over eerste generatie partijen (1G-partijen), omdat het gaat om rudimentair ontwikkelde, typische ideologisch liberaal-politieke organisaties van de bourgeoisie en de adel, die zich in groepen van gelijkgestemden en/of sociëteiten organiseerden en kandidaten rekruteerden voor het politieke ambt.
2. De opkomst van de tweede generatie, de 2G partijen, is het gevolg van de industriële revolutie en de gemobiliseerde arbeidersklasse die zich organiseerde in de massapartij; de massapartij is een ideologisch linkse partij die typisch bijeengehouden wordt door contributie en vrijwilligers. Behalve in Brazilië (de PT) en Suriname (SPA) komt dit prototype vooral voor in Europa. Ook de katholieke en protestantse kerken organiseerden zich in die dagen in grote massapartijen. Deze partijen zijn ook typisch Europees. Suriname is met de NPS en de PSV een van de weinige landen buiten Europa waar de kerken zich organiseerden in politieke partijen.
3. Iets later in de 20e eeuw volgt de derde generatie, de catch-all of paraplu-partij. Deze partij van de 3e generatie (3G) zat ideologisch typisch rechts van het midden en behartigde de belangen van de middenklasse en het midden-en kleinbedrijf. De catch-all partij is een typisch Europees verschijnsel: VVD, de Engelse Liberal Democrats, FPÖ en........
