Prinsjesdag verdeelt meer dan geld
Prinsjesdag verdeelt meer dan geld
Lector Sociaal Werk aan Zuyd Hogeschool
Op Prinsjesdag horen we straks opnieuw welke keuzes het kabinet maakt en wat die betekenen voor onze portemonnee. De koopkrachtplaatjes volgen snel. Wie gaat erop vooruit, wie achteruit en met hoeveel procent?
Maar achter die cijfers ligt een fundamentelere vraag. Want politieke keuzes verdelen niet alleen geld. Ze verdelen ook zekerheid, risico, bescherming en verantwoordelijkheid. De vraag is daarom niet alleen: Hoeveel mensen gaan erop vooruit? Maar ook: Hoeveel onzekerheid moeten zij zelf dragen?
In 2013 deed de participatiesamenleving officieel haar intrede in de Troonrede. Wie al wat langer meeloopt in het sociaal domein, kan de woorden die daarna kwamen bijna dromen: eigen kracht, zelfredzaamheid, meedoen, het netwerk benutten, verantwoordelijkheid nemen. Je zou er een aardige bingokaart mee kunnen vullen. Maar ruim tien jaar later dringt zich een andere vraag op: hoeveel eigen verantwoordelijkheid kun je van mensen vragen, als de mogelijkheden om die verantwoordelijkheid te dragen zo ongelijk verdeeld zijn?
Inmiddels klinkt in de Troonredes ook een andere taal. Thema's als bestaanszekerheid, bescherming, vertrouwen en gehoord worden zijn nadrukkelijker teruggekomen. Steeds duidelijker wordt dat eigen regie en participatie alleen betekenis krijgen als er een zekere bodem onder het bestaan ligt. Wie voortdurend brandjes blust rond inkomen, wonen of zorg, heeft immers minder ruimte om mee te doen en verantwoordelijkheid te dragen.
Dat is geen........
