De Raad van State beschermde de overheid. De rechtbank trekt een grens
De Raad van State beschermde de overheid. De rechtbank trekt een grens
Gisteren gebeurde er binnen de rechtspraak iets uitzonderlijks; de rechtbank Midden-Nederland weigerde in drie afzonderlijke uitspraken de lijn van de Raad van State te volgen. Niet over een juridisch detail, maar over een fundamentele vraag: moet een burger een rechterlijke uitspraak tegenover de overheid nog kunnen afdwingen?
De uitspraken — ECLI:NL:RBMNE:2026:4803, 4804 en 4805 — gaan over toeslagenouders die al langer dan de wettelijke termijn wachten op een besluit over hun werkelijke schade. De rechtbank geeft Dienst Toeslagen opnieuw tijd, maar verbindt daaraan wel een dwangsom. Daarmee gaat zij openlijk in tegen de hoogste bestuursrechter.
De aanleiding ligt bij de uitspraak van de Raad van State van 3 juni 2026. Die constateerde dat de schadeafhandeling volledig was vastgelopen. Zonder ingrijpen zou het nog ongeveer achttien jaar duren voordat de openstaande aanvragen waren afgehandeld. Rechterlijke dwangsommen leidden volgens de Raad niet langer tot snellere besluiten. Daarom werden die tot 3 juni 2027 op nul gezet.
De overheid kreeg daarmee........
