‘Het is een diepe put, maar hij is niet bodemloos’
Twee uur. Zo lang liep een meisje in Oost-Congo om aan water te komen. In een gebied waar al jaren conflict is, was elke tocht een risico. ‘Seksueel geweld ligt daar op de loer’, zegt Nolan Roffelsen. ‘Er kan onderweg altijd iets gebeuren.’ Inmiddels staat er een waterput naast haar huis. ‘Nu moet ze twintig seconden lopen.’
Roffelsen is politiek adviseur bij World Vision en sprak het meisje in maart, tijdens een werkbezoek. Hij vertelt het in de podcast Geloven in een betere wereld van Prisma, de vereniging van christelijke organisaties voor ontwikkelingssamenwerking. Presentator Marien Korterink gaat met hem in gesprek, samen met Johan Heuver. Heuver is anesthesieverpleegkundige en woonde de afgelopen twee jaar met zijn gezin aan boord van de Global Mercy, een van de twee ziekenhuisschepen van Mercy Ships. Daar coördineerde hij trainingen voor lokale artsen, verpleegkundigen en fysiotherapeuten.
Waarom het voelt alsof er niets verandert
Beiden kennen de vraag of hulp wel iets uithaalt. ‘Ik begrijp het gevoel erachter’, zegt Heuver. ‘Je ziet zoveel nood. Het is een hele diepe put, maar hij is niet bodemloos.’
Volgens Roffelsen wordt dat beeld vooral gevormd door het nieuws, dat meer over problemen gaat dan over vooruitgang. Die vooruitgang is er wel, zegt hij. Het aandeel mensen in extreme armoede daalde van zo’n 80 procent anderhalve eeuw geleden naar ongeveer één op de tien nu.
Hij merkt ook dat ‘effectief’ in Den Haag soms een rekbaar begrip is. Onder minister Klever werd het Grote Meren-programma, dat vooral gericht was op Oost-Congo, stopgezet. De Minister benoemde als reden dat het programma niet effectief was omdat het conflict er voortduurt.........
