Israël en Palestina: werkelijke vrede begint bij consent
Israël en Palestina: werkelijke vrede begint bij consent
Maatschappelijk werker
Over macht, zelfbeschikking en de noodzaak van bewustzijn
Met de parlementsverkiezingen in Israël is het voortdurende conflict in West-Azië tussen Israël en de omringende landen weer dagelijkse kost op de verschillende nieuwszenders. Een aantal deskundigen proberen hierbij 7 oktober als begin van alle ellende voor te spiegelen. Daarmee zeggen ze eigenlijk impliciet dat Hamas de oorzaak is van de onveiligheid in de regio en Israël het recht heeft om zich op deze manier te verdedigen. Terwijl het conflict zijn oorsprong heeft op het moment dat de VN in 1947 besloot tot de verdeling van het toenmalige Palestina in een Joodse en Arabische staat en een jaar later de staat Israël werd uitgeroepen. Zonder instemming van de Palestijns-Arabische landen en omringende Arabische landen. De daaropvolgende oorlog leidde tot de vlucht en verdrijving van honderdduizenden Palestijnen. Voor de Palestijnen staat deze massale ontheemding bekend als de Nakba, de catastrofe. De staat Israël werd internationaal erkend en ontwikkelde zich tot een gevestigde staat. Maar internationale erkenning is niet hetzelfde als instemming van de Palestijnse bevolking.
Dat onderscheid is wat mij betreft essentieel. Het klopt niet dat de historische totstandkoming van de staat Israël wordt voorgesteld als een gezamenlijk overeengekomen regeling tussen de twee bevolkingen. Misschien had er na WOII en de verschrikkelijke Holocaust veel meer energie gestoken moeten worden in het verkrijgen van instemming, voordat de politieke en juridische werkelijkheid werd vormgegeven. De internationale gemeenschap richtte zich op een territoriale oplossing: hoe kon het gebied worden verdeeld en hoe konden twee staten worden gerealiseerd? Daaraan vooraf had men de vraag dienen te stellen: hoe konden de betrokken bevolkingen komen tot een regeling die zij als gelijkwaardige partijen konden aanvaarden?
Dat zou zeker een langdurig en moeilijk proces zijn geweest. Het is niet zeker dat onderhandelingen op basis van wederzijdse instemming tot overeenstemming zouden hebben geleid. Toch is dat geen reden om de vraag........
