Mijn levenslange vraag: waarom vinden we miljardairs normaal?
Mijn levenslange vraag: waarom vinden we miljardairs normaal?
Freelance projectmanager, ondernemer en auteur van Minder macht voor de miljardair!
Extreme rijkdom is geen natuurverschijnsel. Zij is het resultaat van regels die wij zelf hebben gemaakt - en dus ook kunnen veranderen.
Ik denk al mijn hele leven na over de vraag hoe het kan dat de welvaart in de wereld zo ongelijk is verdeeld. Dat begon niet aan een universiteit, bij een politieke partij of in een directiekamer, maar in de kerk. Als misdienaar keek ik om me heen en vroeg ik me af waarom sommige mensen alles leken te hebben en anderen nauwelijks iets.
Mijn motivatie om misdienaar te worden was overigens minder verheven dan deze herinnering misschien doet vermoeden. Wie misdienaar werd, mocht ieder jaar met zijn vrienden naar Safaripark Beekse Bergen. Dat vooruitzicht gaf de doorslag. Maar terwijl ik daar in de kerk stond, ontstond wel een vraag die mij nooit meer heeft losgelaten.
Ik ben nu 56. In de tussenliggende jaren heb ik mij verdiept in uiteenlopende verklaringen voor de wereld zoals die geworden is. De evolutietheorie van Darwin gaf mij een basis om menselijk gedrag te begrijpen. Het werk van Yuval Noah Harari hielp mij nadenken over de verhalen, instituties en gedeelde ficties waarmee mensen grote samenlevingen organiseren. Thomas Piketty liet overtuigend zien hoe vermogen zich zonder stevige tegenkrachten steeds verder kan concentreren. Ook natuurkundige en wiskundige modellen van vermogensverdeling, onder anderen van Jan Tobochnik, hebben mijn denken beinvloed.
Daarnaast heb ik de praktijk leren kennen als freelance projectmanager en ondernemer. Ik heb gezien hoe organisaties beslissingen nemen, hoe belangen zich vormen, hoe macht werkt en hoe gemakkelijk economische regels als vanzelfsprekend worden beschouwd terwijl ze in werkelijkheid doormensen zijn bedacht.
Een blinde vlekVanuit al die verschillende invalshoeken ben ik als generalist tot een eenvoudige maar ongemakkelijke conclusie gekomen: de mensheid heeft een blinde vlek voor extreme rijkdom. We zien armoede als een probleem, maar rijkdom vrijwel automatisch als een prestatie. We vragen hoe iemand onderaan terecht is gekomen, maar veel minder vaak hoe iemand bovenaan zoveel bezit en macht heeft........
