Overstekend wild heb ik niet gezien, wel aangeschoten wild
Wouke van Scherrenburg
Wouke van Scherrenburg
ExtraAlle artikelenColumns
Overstekend wild heb ik niet gezien, wel aangeschoten wild
‘Pas op als jullie vannacht naar huis rijden. Er is hier veel overstekend wild’, werd mijn moeder gewaarschuwd nadat we de auto hadden geparkeerd bij boerderij en feestzaal De Boldiek in het Achterhoekse Halle, een dorp in een dunbevolkt gebied met veel groen.
Mijn oom en tante vierden hun 50-jarige huwelijk. Ik had dit soort feesten in de Achterhoek wel eens meegemaakt, maar toen was ik nog een kind.
Stank die de auto binnendringt
Als kind kwam ik voor mijn opa’s en oma’s ieder weekend in de Achterhoek. Ik herinner me dat ondanks gesloten ramen de stank iets voorbij Doetinchem onze auto binnendrong, al zei mijn vader soms: ‘Wat jullie nu ruiken is geen koeienstront, haha.’
In de Achterhoek verbaasde ik me destijds over al die platproatende mensen op het platteland, waar iedereen het over ene Mien had (mien betekent mijn).
Mijn vader was een liefhebber van Achterhoekse zaalfeesten, omdat obers het als een sport beschouwden om je geen seconde met een leeg glas te laten staan.
De ober bij De Boldiek bleek zo’n door mijn vader geroemde Achterhoekse ober. Zodra ik mijn glas pakte voor een laatste slok, hoorde ik een tok op tafel: weer die ober die een nieuw biertje neerzette.
Ik raakte aangeschoten........
