Schijntolerantie
We koesteren in Nederland een hardnekkige mythe over onszelf. We noemen ons land graag progressief en ruimdenkend. Met nostalgie kijken we terug naar zestig jaar geleden. Homoseksualiteit was toen een groot taboe. Opeens was daar Albert Mol, een van de weinige openlijk homoseksuele mannen op de Nederlandse televisie. Wat we gemakshalve vergeten, is dat zijn acceptatie destijds een prijs had. Mol werd gedoogd omdat hij paste in het toen veilige, ietwat theatrale stereotype. Het was emancipatie op voorwaarden van de meerderheid: je mag er zijn, zolang je ons maar niet ongemakkelijk laat voelen.
Ook Zwarte Piet lijkt na jaren van felle strijd grotendeels verdwenen. Maar ook die verandering kwam er niet zonder hevig verzet.
Nu, jaren later, botsen we keihard op de grenzen van die schijntolerantie. Zodra gemarginaliseerde groepen niet langer de vrolijke karikatuur willen spelen, maar daadwerkelijk hun eigen ruimte en stem opeisen, slaat de zogenaamd Nederlandse tolerantie om in pure agressie. 'Ik eet gewoon nog een moorkop' en 'negerzoenen' roepen velen op........
